info@dehospicegroep.nl 0172-573040

De vrijwilliger vertelt…

‘Mantelzorgers kunnen weer gewoon familie zijn’

Nadat het Bijna-Thuis-Huis meer dan dertig jaar geleden in Nieuwkoop werd opgericht, bewaarde Willemijn Valentijn jarenlang het krantenknipsel van de opening. “Alsof ik toen al wist dat dit werk me zo goed zou passen”, zegt ze. Inmiddels is ze al negentien jaar actief als vrijwilliger van de Hospicegroep, en gaat ze nog steeds na iedere dienst met een goed gevoel naar huis. “Wij creëren een veilige, neutrale plek voor onze gasten, en een liefdevolle omgeving waarin mantelzorgers weer gewoon familie kunnen zijn.”

De kunst van ontmoeten

“Toen mijn eigen vader destijds ziek werd en uitbehandeld bleek, probeerden wij dit met elkaar op te vangen. Al na twee nachten waken voelde ik hoe zwaar de mantelzorg op ons drukte. Ik heb dus aan den lijve ervaren hoe belangrijk het is om hierbij hulp te krijgen. Wat scheelt, is dat ik niet bang ben voor de dood en dat ik mij er zelfs vertrouwd mee voel. Vanaf de eerste dienst die ik draaide, voelde ik me hier thuis. De tijd vloog gewoon voorbij, en dat heb ik eigenlijk nog steeds. In het hospice hebben we te maken met allerlei verschillende persoonlijkheden en familieomstandigheden en het is de kunst om iedereen ‘schoon’ te ontmoeten, dus zonder vooropgezet plan of oordeel. Daar heb ik in de afgelopen jaren enorm veel van geleerd.”

Alles, of juist niets

“Als vrijwilliger heb ik geen agenda. Ik breng gewoon mezelf in, zet mijn hart open en probeer daarmee aan te voelen waarmee ik iemand op dat moment kan ondersteunen. Dat kan met praktische hulp zijn of met aandacht en een luisterend oor. Soms is alles tegelijk gewenst, en soms juist helemaal niets. Ook dat is goed, want het gaat niet om mij, maar om degene die in dat bed ligt en om wat hij of zij nodig heeft. Als vrijwilliger moet je dus een ‘open mind’ hebben, zodat je gasten en familieleden tegemoet kunt treden zónder er iets van te vinden. Die open, neutrale houding is belangrijk, want hier is iedereen welkom.”

Pareltjes van verhalen

“Wat ik ook fijn vind, is de humor die onder gasten en collega’s een belangrijke rol speelt. Er wordt hier veel en vaak gelachen, al kunnen mensen zich dat vaak niet voorstellen. Ik herinner mij een vriendelijke meneer die door zijn ziekte soms mopperde op zijn vrouw. Tijdens mijn dienst vertelde hij mij echter hoe dankbaar en trots hij was op haar en de kinderen, en dat hij zoveel van ze hield. We hadden veel humor samen, en met de wijkverpleegkundige grapten wij dat hij zich wel een beetje moest gedragen, want anders zouden wij hem met een schuursponsje gaan wassen. Hij reageerde heel ad rem: ‘Dat zal ik aan m’n vrouw vertellen!’, met een grote smile op z’n gezicht. Een seconde later veranderde zijn gezichtsuitdrukking en stierf hij plotseling in mijn armen. Dat ik zijn vrouw later kon vertellen hoe de laatste uren van haar man waren verlopen en wat zijn lieve woorden waren, dat is zo troostrijk voor haar geweest. Het zijn zulke pareltjes van verhalen, die vertellen hoe waardevol ons werk is.”